# 17: What-the-hell, ik zou er toch maar ééntje eten?

Een paar weken geleden kocht ik een flinke zak dropjes. Toen ik thuiskwam beloofde ik mezelf dat ik er één mocht voordat ik het avondeten klaar zou gaan maken. Ik had al aardig wat trek en toen de eerste op was, greep bijna direct weer naar de zak voor een tweede – want een extra dropje kan toch niet zoveel kwaad? Maar voordat ik het doorhad, pakte ik nog een derde … en een vierde … en toen gebeurde er iets geks.

Opeens dacht ik “pff ik heb er nu al zoveel gehad, dan kan ik net zo goed de hele zak leeg eten,” en toen vrat ik me helemaal misselijk aan dropjes. Compleet onnodig (en ongezond) natuurlijk, en daarom schaamde ik me achteraf een beetje tegenover mezelf. Want waar was mijn zelfcontrole gebleven, ik zou er toch maar eentje eten? Waarom is nu dan opeens toch de hele zak leeg?

Klinkt deze situatie je bekend? Dit was namelijk een uitstekend voorbeeld van het ‘what-the-hell-effect’ en het is zonder twijfel iedereen wel eens overkomen. Het wattes? Je leest het goed: what the hell. Deze term is in de jaren ‘80 verzonnen door twee psychologen. Wat ze ermee bedoelen is het volgende:

  1. Je stelt een doel voor jezelf:
    Ik mag één dropje eten.”
  2. Je zegt tegen jezelf dat het niet zo erg is om een heel klein beetje je doel voorbij te gaan:
    Nog een dropje kan geen kwaad, toch?
  3. Je verlegt de grens steeds verder voor jezelf:
    “Nog eentje dan. Oké misschien toch nog een extra. Vooruit, nog eeeentje.”
  4. Voor je gevoel ben je nu al zo ver je doel voorbij dat het je allemaal niet meer uitmaakt:
    “Laat ook maar, nu kan ik net zo goed blijven eten.”
  5. Je verliest alle zelfcontrole
    “Ik ben nu al halverwege de zak, dan kan ‘ie eigenlijk ook wel gewoon op.”

Dit frame kun kun je eigenlijk op heel veel situaties toepassen. Bijvoorbeeld wanneer je naar een winkel gaat om één shirtje te kopen, je onverwachts nog een leuk shirt ziet en voordat je het weet weer met twee volle tassen de winkel weer uit loopt. Of wanneer je al een week lang iedere avond een stuk gaat hardlopen, op zaterdag besluit niet te gaan vanwege de regen, en daardoor helemaal uit je ritme bent en uiteindelijk helemaal stopt met ‘s avonds hardlopen.

De psychologen die dit fenomeen onderzochten kwamen erachter dat het allemaal te maken heeft met schaamte en je slecht voelen. Want omdat je je niet aan je doel had gehouden, ben je teleurgesteld, en gaan je hersenen vliegensvlug op zoek naar een manier om je beter te laten voelen. En wat laat je op dat moment het snelst beter voelen? Nou, vaak is datgene juist precies dat wat je probeerde te voorkomen: veel eten, winkelen, of lekker niet gaan sporten. Daar zijn we dus mooi klaar mee.

Het ligt dus absoluut niet aan jou als je wel eens in dit soort situaties belandt, maar met de volgende tips kun je die vicieuze cirkel de volgende keer voorkomen: 

  1. Maak het makkelijk voor jezelf.
    Het klinkt zo simpel, maar dit is vaak waar het al misgaat. Als je voor jezelf als doel stelt één snoepje te eten terwijl je enorme honger hebt, dan maak je het eigenlijk onmogelijk om je hier aan te houden. In plaats daarvan kun je het snoepen beter uitstellen en eerst iets anders eten dat beter vult – zodat je daarna niet meer zo’n enorme honger hebt. (Dit is ook precies waar het bij mij mis ging.)
    Een ander voorbeeld: als je weet dat je na een volle werkdag vaak compleet bent uitgeput, plan dan niet om na je werk door te gaan naar de sportschool. Het is op zo’n moment veel verleidelijker om lekker naar huis te gaan, dus dan maak je het zo lastig voor jezelf. Hou het simpel, en kies een moment waar de kans het grootste is dat je je aan je plan houdt.Tip: je kunt het ‘what-the-hell-effect’ het best voorkomen door maar één doel tegelijkertijd te hebben. Hoe meer doelen, hoe moeilijker je het voor jezelf maakt.

 

  1. Wees trots en beloon jezelf
    Iedere keer dat je jezelf moet pushen om iets (niet) te doen, kost dit veel energie. Er wordt daarom ook wel gepraat over een ‘wilskrachtspier’ en als die spier de hele dag onder spanning staat, is die aan het einde van de dag he-le-maal op. Hoe harder je dus je best doet, hoe groter de verleiding wordt om je eens te laten gaan. Maar je kunt die druk wat verlichten als je jezelf vaak beloont omdat je zo goed je best doet – het is wetenschappelijk bewezen dat dit werkt! Geef jezelf een complimentje, ga wat leuks doen met je vrienden of doe iets anders waar je blij van wordt. Je hebt het verdiend!
  2. Relativeer en bekijk het grote plaatje
    Vergeet niet dat het echt niet het einde van de wereld is als het eens een dag niet gaat zoals je had gehoopt, die dingen gebeuren nou eenmaal. Wat veel belangrijker is, is dat het morgen weer een nieuwe dag is. Vergeef jezelf voor die keer dat het mis ging (want het is nu toch al gebeurd) en ga terug naar je plan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Probeer ook goed je einddoel voor ogen te houden. Want vind je uiteindelijk eigenlijk belangrijker: dat iedere dag precies volgens de planning gaat, of dat je uiteindelijk je einddoel behaalt met een paar hobbels op de weg? Als je favoriete voetbalteam één wedstrijd verliest en daarna de handdoek in de ring gooien, dan zou je dat toch ook niet pikken? Die ene dag zal echt niet zo’n verschil maken als je daarna weer gewoon de draad oppikt en je best doet.

Dus, om een lang verhaal kort te maken: maak het jezelf niet te moeilijk, wees trots op jezelf en vergeet niet dat er morgen weer een nieuwe dag is! 🙂


Bronnen
:
Tesser & Martin (1996), Striving and Feeling: Interactions Among Goals, Affect and Self-Regulation.
Polivy & Herman (1985). Dieting and binging: A causal analysis.

CONTACT